Maandagavondvoordracht over
Oostendse compagnie

De Oostendse Compagnie (1723-1731) is het verhaal van een handelsmaatschappij die 300 jaar geleden zeilschepen naar India en China stuurde om allerlei producten te gaan halen, zoals thee, porselein, katoenen en zijden stoffen. In Europa werden deze producten duur verkocht. Op een paar jaar tijd veranderde Oostende van een armetierig havenstadje opeens in een drukke havenstad. In de lezing gaan we in op wat er allemaal gebeurde in Oostende bij het vertrek en aankomst van deze schepen. We gaan ook kijken hoe de reis verliep en hoe het de Oostendenaars in India en China verging.

Maar dat is maar één deel van het verhaal. Amper 7 jaar na de oprichting moet de Oostendse Compagnie er mee ophouden. Niet omdat er verlies geleden wordt, integendeel! De Nederlandse, Engelse en Franse compagnies hebben teveel last van de Oostendse concurrentie en daarom dreigen deze landen met oorlog. Er valt niets aan te doen en daarom moet de Oostendse Compagnie ophouden met handel drijven in 1731. In de geschiedenisboeken staat daarom wel eens dat de Oostendse Compagnie weinig heeft betekend en eigenlijk niet zo belangrijk was.

Maar recent onderzoek in binnen- en buitenland laat zien dat de Oostendse Compagnie een veel belangrijkere rol heeft gespeeld in de wereldhandel, de scheepvaarttechnologie, de logistiek en het op de markt brengen van nieuwe producten.

Meer nog, na de afschaffing van de Oostendse Compagnie, bleven tal van activiteiten en vernieuwingen invloed hebben op Oostende. In de 50 jaar na de afschaffing van de Oostendse Compagnie kon Oostende dankzij deze activiteiten uitgroeien tot een wereldhaven op het einde van de 18e eeuw. Daarmee was Oostende een wegbereider voor de moderne Antwerpse haven en heeft het een belangrijke rol gespeeld in de uitbouw van het moderne België.

Michael-W. Serruys heeft Moderne geschiedenis gestudeerd aan de KU Leuven en Politieke wetenschappen aan de UC de Louvain. Na zijn studies is hij als archivaris werkzaam geweest bij de Arenberg Foundation in Edingen, en als onderzoeker aan de Universiteit Leiden, de Vrije Universiteit Brussel en de Université de Bretagne occidentale in Brest als Marie Skłodowska Curie Actions-fellow.
Sinds 2017 is hij ook bestuurslid van de Koninklijke Belgische Marine Academie en verbonden aan de Université de Bretagne Occidentale (Brest). Zijn belangrijkste onderzoeksthema’s hebben betrekking op de Oostenrijks Nederlanden (of België in de 18de eeuw), met name de verkeerspolitiek, de Oostendse Compagnie en historische marine ecologische kwesties (de Grote Europese paalwormplaag en de gevolgen voor de Lage Landen).
 

Deze boeiende lezing gaat door op maandag 9 februari 2026 om 20u.
in de Forumzaal van de stadsbibliotheek, Wellingtonstraat 17 te Oostende.  

Inkom: 7 Euro
Leden van de Volkshogeschool komen gratis.

Terug  
Michael-W. Serruys
Omhoog