BelgiŽ enige land in Europa waar de lonen daalden in 2016

Na twee jaar besparen en hogere facturen is het resultaat ontnuchterend. Het gat in de begroting bleef precies even groot. Maar dat is niet het enige alarmerende cijfer.

ĎAt risk of non-complianceí, zo luidt het oordeel van de Europese Commissie over het begrotingswerk van de Belgische regering. Ondanks enkele accentverschuivingen zit de Europese Commissie nog altijd vast in de besparingslogica en critici van die austeriteit moeten dus niet echt wakker liggen van zoín negatieve beoordeling.

Alleen ligt dat bij de regering-Michel anders. Die maakte van begrotingsdiscipline een fetisj. Het pad richting begrotingsevenwicht moest gevolgd worden en de bevolking moest daarvoor een zware inspanning doen.

Die inspanning kwam er ook. Werknemers en uitkeringsgerechtigden kregen een indexsprong. Allerhande facturen gingen omhoog en iedereen kijkt aan tegen langere loopbanen. Het resultaat is ontluisterend. Het begrotingstekort is nu net even groot als in het laatste jaar van premier Di Rupo.

Ja maar, dat komt door tegenvallers zoals de asielcrisis en de terreuraanslag, zo probeert minister van Begroting Sophie WilmŤs (MR) zich te redden. Wel, niet echt. Ook het structurele begrotingstekort (dat rekening houdt met eenmalige en tijdelijke uitgaven) zit pal op dat onder de regering-Di Rupo.

De Europese Commissie geeft het ook zelf aan. Terreur en asiel zijn goed voor 0,2 procent van het BNP. Het gros van het tekort wordt veroorzaakt door lagere inkomsten. Volgens de Europese Commissie ligt dat aan de taxshift. Belastingen voor bedrijven en werknemers gingen naar omlaag, maar dat werd niet gecompenseerd door nieuwe inkomsten.

Het woord taxshift wordt hier dus onterecht gebruikt. Voor de werknemers klopt het wel. Wat ze netto meer krijgen op hun loonbriefje, mogen ze meteen terugstorten in de vorm van duurdere energie en water. Wat overblijft is niet genoeg om de indexsprong te compenseren. Voor de werkgeverslasten klopt het niet. Die namen een duik, maar de grote verschuiving naar hogere belastingen op vermogen bleef uit.

Achteraan Europese klas
Het rapport is dus wel degelijk een blamage voor de regering en zeker voor minister van FinanciŽn Johan Van Overtveldt (N-VA). Maar vorige week publiceerde de Europese Commissie haar herfstvooruitzichten en die zijn nog meer verontrustend. De publicatie viel wat tussen de plooien van het Trump-geweld en kreeg daardoor onterecht te weinig aandacht.

In de bijlage van die European Economic Forecast Autumn 2016 staan tal van tabellen die toelaten om de Belgische prestaties te vergelijken met die van de andere Europese landen. Zo leren we dat de groei in BelgiŽ dit jaar 1,2 procent bedraagt. Dat is een halve procent onder het EU-gemiddelde. Slechts zes landen doen het slechter.

Onder de vorige regeringen zat BelgiŽ altijd boven het gemiddelde. Dat komt natuurlijk doordat de besparingen de economie pijn deden. De Europese Commissie benadrukt dat de private consumptie de motor is van de groei.

Volgend jaar dreigt nog erbarmelijker te worden. Dan zijn er nog maar vier landen die het slechter doen. Met het begrotingsgat van 3 procent laten we zelfs maar drie landen achter ons (Frankrijk, het VK en Spanje). Het meest choquerende cijfer is dat van de reŽle verloning per hoofd. Die daalde dit jaar met 1 procent.

Gemiddeld verliest elke werknemer dit jaar dus 1 volle procent koopkracht. Dat komt bovenop de 0,3 procent die ze vorig jaar al kwijtspeelden. BelgiŽ is het enige land waar de koopkracht dit jaar daalde. De komende twee jaar verwacht de Europese Commissie dat de lonen weer zullen stijgen. Maar zelfs dan blijven we achter op de groei in de rest van Europa.

De regering zal zich optrekken aan het feit dat de export iets sneller steeg dan het Europese gemiddelde. Alleen gebeurde die groei op de rug van de werknemers en alle mensen die aangewezen zijn op een uitkering.

Christophe Callewaert op www.dewereldmorgen.be

Terug Omhoog