Palestijnse vluchtelingen houden hoop op terugkeer levend

Na bijna vijftig jaar IsraŽlische bezetting is het aantal Palestijnse vluchtelingen bij elke generatie gegroeid. De basisvoorzieningen in de negentien kampen op de Westelijke Jordaanoever waar zoín 200.000 mensen verblijven, lijden hieronder.

"Elk jaar wordt het kamp voller en wordt het moeilijker hier te leven", zegt Mohammed Alazza (26). "We hebben geen privacy en geen comfort. Het is niet gemakkelijk."

Alazza is geboren en getogen in het kamp Aida, ťťn van de kampen die door de Verenigde Naties (VN) worden gerund. Aida ligt anderhalve kilometer ten noorden van de stad Bethlehem en grenst aan de muur van 721 kilometer lang, die IsraŽl scheidt van de Westelijke Jordaanoever.

In het kamp hapert de watervoorziening en er is geregeld stroomuitval. Bijna alle gezinnen hebben water, elektriciteit en riolering, maar de voorzieningen zijn oud en en slechte toestand, volgens de VN. Recentelijk sloten de VN een overeenkomst met de Palestijnse Waterautoriteit, waardoor Aida om de week twee dagen water krijgt.

Staat IsraŽl
Volgend jaar is het vijftig jaar na de bezetting van 1967 en honderd jaar na de Balfour Declaration (1917) die een basis vormde voor de oprichting van de staat IsraŽl.

Aida werd in 1950 geopend en de eerste inwoners kwamen uit zeventien dorpen in het westen van Jeruzalem en Hebron, die werden verwoest tijdens de oprichting van de staat IsraŽl in 1948. Palestijnen noemen die oprichting de nakba, wat catastrofe betekent in het Arabisch.

"Destijds verwachtten de gezinnen die uit hun dorpen verdreven waren, dat ze op een dag terug zouden kunnen naar hun huis", zegt Alazza, wiens grootouders oorspronkelijk uit Beit Jibreen komen. "Ze deden gewoon de deur dicht en namen de sleutel mee, met het idee dat de oorlog over een paar weken voorbij zou zijn. Maar we wachten nog steeds op dat moment."

Bij de ingang van het kamp is een poort met een grote sleutel er bovenop, die symboliseert wat de gezinnen in Aida beschouwen als hun recht op terugkeer. "Elke familie heeft nog steeds de oorspronkelijke sleutel van het huis dat achtergelaten is. Mensen geloven dat ze op een dag kunnen terugkeren naar hun land. Met die hoop leven we. We geloven dat er uiteindelijk een einde zal komen aan deze bezetting", zegt Alazza.

Economische stagnatie
Momenteel wonen er 5.500 mensen in Aida die geregistreerd zijn door het Unrwa, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen. Onder hen zijn drieduizend kinderen. De kampen hebben te maken met ernstige overbevolking, slechte infrastructuur, hoge werkloosheid, voedselonzekerheid en veiligheidsproblemen als gevolg van invallen door het IsraŽlische leger.

Scott Anderson, directeur van de Unrwa-operaties op de Westelijke Jordaanoever, zegt dat de Palestijnse economie is gestagneerd als gevolg van de bezetting. De mensenrechten van Palestijnen worden volgens hem nog steeds niet volledig erkend, en door IsraŽlische nederzettingen blijven de spanningen groeien.

"Het leven van Palestijnse vluchtelingen is een uitdaging. In de kampen is alles net wat slechter: de werkgelegenheid, huisvesting en toegang tot water en elektriciteit. Ondanks hun veerkracht hebben de vluchtelingen te maken met een moeilijke realiteit", legt hij uit.

Palestijnse opstand
Het kamp Aida ligt tussen de gemeenten Bethlehem, Beit Jala en Jeruzalem, en dichtbij twee grote IsraŽlische nederzettingen Ė Har Homa en Gilo Ė die als illegaal gezien worden door de internationale gemeenschap.

"Gilo ligt op minder dan 2 kilometer afstand hiervandaan en daar is 24 uur per dag water, er zijn tuinen en scholen. Wij leven pal naast deze nederzetting en wij hebben dat allemaal niet. Dat zullen we nooit accepteren. Mijn oude dorp ligt op 40 minuten afstand, maar ik kan er niet komen. Het is niet gemakkelijk om vluchteling te zijn in mijn eigen land", zegt Alazzo.

Aida is een hot spot sinds de tweede intifada (Palestijnse opstand) in 2000. Vluchtelingen kregen te maken met veel geweld als gevolg van militaire operaties. De VN documenteerden het groeiende aantal gewonden als gevolg van excessief geweld. In 2015 waren er 84 IsraŽlische invallen, 57 gewonden (21 minderjarigen), 44 arrestaties (in 13 gevallen van minderjarigen) en ťťn dodelijk (minderjarig) slachtoffer.

Altijd angst In de smalle straatjes van Aida is het normaal om verhalen te horen over mannen en jongens die uit huis gehaald zijn door IsraŽlische veiligheidstroepen. "Er heerst altijd angst dat het IsraŽlische leger onze zoons arresteert", zegt Sumayah Asad (40), moeder van zes kinderen. "Ik laat ze nooit alleen. IsraŽlische soldaten vinden het normaal om kinderen op te pakken. We hebben een angstig leven."

Het is vrijdagochtend, een heilige dag voor de moslims, en ze deelt chocolaatjes en snoepjes uit aan iedereen die haar huis passeert. Asad zegt dat ze de vrijlating viert van haar 12-jarige zoon, die vijf dagen vast heeft gezeten. "Ik ben blij dat hij is vrijgelaten door de IsraŽli's. De soldaten kwamen naar mijn huis om drie uur 's nachts en namen hem mee. Ze lieten hem vrij toen ze erachter kwamen dat hij niets gedaan had. Kinderen moeten spelen of op school zitten, niet in de gevangenis", zegt ze.

Boycot
Hoewel niet iedereen het erover eens is dat vreedzaam samenleven tussen Joden en Palestijnen mogelijk is, is Munther Amira (45) optimistisch over een vreedzame verandering. Amira is geboren in Aida en zijn familie komt uit het dorp Dier Aban ten zuiden van Jeruzalem. "Vreedzaam samenleven is mogelijk. Het idee van co-existentie is gebaseerd op mensenrechten en zou ook ons recht op terugkeer moeten omvatten. Hier in Palestina leven christenen en moslims al samen. Het is moeilijk een democratie te ontwikkelen onder bezetting", zegt hij.

Amira is als activist actief bij de nationale Boycot, Desinvestment en Sancties-Campagne (BDS). Hij is van mening dat het boycotten van IsraŽlische producten een vreedzaam middel is om druk uit te oefenen en tot een overeenkomst te komen.

"We worden belegerd. We kunnen niets importeren zonder de toestemming van de IsraŽlische bezetter. Door IsraŽlische producten te boycotten, steunen we vrijheid in Palestina. Het is een niet-gewelddadig middel tegen de bezetting. Als het op grote schaal gebeurt, zal het zeer effectief zijn", stelt hij.

Fabiola Ortiz op www.dewereldmorgen.be

Terug Omhoog