Maandagavondvoordracht over
antropoceen

Stamcellen zijn als het ware de ‘moedercellen’ waaruit alle andere cellen in het lichaam geboren worden. Zo vinden we in ons ruggenmerg stamcellen die ons hele leven lang rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes maken en in onze huid stamcellen die ervoor zorgen dat een wondje mooi weer toe groeit.
Onze bloedstamcellen kunnen echter geen huid maken en onze huidstamcellen geen bloed. De ultieme stamcellen zijn de cellen die we vinden in het prille embryo: deze stamcellen kunnen nog elke andere soort cellen maken. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat embryonale stamcellen vaak als de ‘heilige graal’ van de geneeskunde worden gezien: alle ziekten en letsels waarbij cellen verloren gaan die niet van nature hersteld kunnen worden, zouden – in theorie – genezen kunnen worden door embryonale stamcellen zo te sturen dat ze de nodige cellen produceren. Deze therapieën zijn echter nog ver af en vereisen nog zeer veel onderzoek.
Bij dat onderzoek worden embryonale stamcellen uit embryo’s gehaald en dan gekweekt, waardoor die embryo’s vernietigd worden. Dit ligt uiteraard ethisch gevoelig. In het ethische debat omtrent de ‘morele status’ van het embryo vinden we zeer tegenstrijdige meningen terug. Enerzijds zijn er mensen die een embryo van bij het begin als een persoon met rechten beschouwen. Anderzijds zijn er mensen die van mening zijn dat het vroege embryo geen speciale morele status heeft, vermits het geen enkele eigenschap heeft op basis waarvan we die status zouden kunnen toekennen: een embryo heeft b.v. geen zelfbewustzijn en voelt geen pijn. Een eigenschap die een embryo wel heeft is het vermogen om ooit een persoon te worden. Maar kunnen we op basis van die eigenschap een morele status toekennen die zodanig hoog is dat ze wetenschappelijk onderzoek op embryo’s uitsluit? Indien ja, mogen we dan nog biopsies nemen van een 4- of 8-cellig embryo (om bv te screenen op genetische ziekten), want ook die cellen kunnen op zich uitgroeien tot een embryo en een mens? Deze en andere ethische vragen komen aan bod in de lezing.

Heidi Mertes is professor in de medische ethiek aan de Universiteit Gent, stichtend lid van het Bioethics Institute Ghent en voorzitter van De Maakbare Mens vzw, een vereniging die kritische reflectie stimuleert over de individuele en maatschappelijke impact van nieuwe medische technologieën. Ze is tevens lid van de Federale Commissie voor wetenschappelijk onderzoek op embryo’s in vitro. Haar onderzoek is toegespitst op de ethische problematiek rond nieuwe toepassingen in de reproductieve geneeskunde, embryo-onderzoek, stamcelonderzoek en genetica.

Deze boeiende lezing gaat door op maandag 11 maart 2019 om 20u.
in de aula van het Ensorinstituut, Gen. Jungbluthlaan 4 te Oostende.
 

Inkom: 5 Euro
+3-pas en jongeren: 4,50 Euro
Abonnees van de Volkshogeschool komen gratis binnen op vertoon van het abonnement 2018-2019.

 

Terug
Prof. Heidi Mertes 
Omhoog